Onderdeel van de onderbouw waarop
loodrecht de spoorstaven worden bevestigd. De dwarsligger zorgt ervoor
dat de spoor op de juist spoorwijdte wordt gehouden en dat de belasting
van de trein gelijkmatig wordt overgebracht naar het ballastbed. In een
ballastloze onderbouw komt de dwarsligger alleen voor in de Duitse Feste
Farhbahn bouwmethode.
Afstand tussen de binnenkanten van de linker en rechter spoorstaaf
van één spoor, gemeten op 14 mm onder het denkbeeldige vlak dat bovenop
beide spoorstaven. In Nederland en het grootste deel van Europa 1435 mm, ook wel
normaal spoor genoemd in tegenstelling tot smal of breed spoor.