De doorvaartwijdte van een (vaste)
brug is de kleinste breedte onder die brug, gemeten loodrecht op de vaarwegas,
die bij de maatgevende waterstand volledig door het maatgevende schap kan
worden benut.
Doorvaartbreedte is geen term die bij waterwegen hoort. Zie voor een
juist gebruik van termen bij vaarwegen: "Richtlijnen Vaarwegen" van de Commissie
Vaarwegbeheerders (CVB, min V&W) juni 1996, inclusief latere aanvullingen
Relevante begrippen behorend bij 'Doorvaartwijdte'
De doorvaarthoogte is de verticale
afstand tussen de maatgevende waterstand en de onderkant van de overspanning
boven de vaarweg. De doorvaarthoogte is een samenstelling van de de volgende
parameters: maatgevende waterstand ten opzichte van NAP, de maatgevende
strijkhoogte en de schrikhoogte. De doorvaarthoogte wordt geacht aanwezig
te zijn over de geehele doorvaartbreedte van de brug/overspanning.
Toelichting:
Zie voor een juist gebruik van termen bij vaarwegen:
"Richtlijnen Vaarwegen" van de Commissie
Vaarwegbeheerders (CVB, min V&W) juni 1996, inclusief latere aanvullingen